Omscholen
Omscholen bereidt iemand voor op wezenlijk ander werk door vaardigheden voor een andere functie of beroepsrichting te leren. Een eventuele overplaatsing is een afzonderlijke werkgeversbeslissing.
Leren voor een andere bestemming
Cedefop beschrijft reskilling als het verwerven van vaardigheden voor een nieuw beroep of andere beroepsactiviteiten. Het verschil met upskilling zit in de bestemming: bijscholen bouwt voort op het huidige werk, omscholen richt zich op wezenlijk ander werk.
Denk aan iemand uit de klantenservice die zich voorbereidt op een functie in kwaliteitscontrole. Diegene kan bijvoorbeeld leren om teststappen reproduceerbaar vast te leggen en afwijkingen helder te beschrijven. Dat is een mogelijke leerroute, geen standaardprogramma.
Begin bij de taken
Beschrijf eerst het werk waarvoor iemand zich voorbereidt. Breng daarna in kaart welke kennis en vaardigheden al aanwezig zijn en waar oefening nodig is. Zo wordt duidelijk of het leerplan aansluit op de nieuwe taken en of er tijd, begeleiding en passende oefenmogelijkheden zijn.
Een cursusdeelname is op zichzelf geen bewijs dat iemand alle taken van de nieuwe functie beheerst. De inhoud van het werk, de oefening en de terugkoppeling bepalen mede wat iemand nog moet leren.
Houd leren en plaatsing uit elkaar
Een werkgever kan na omscholing besluiten iemand een andere functie aan te bieden, maar die plaatsing is een afzonderlijke beslissing. Bespreek daarom ook welke rol beschikbaar is, welke verwachtingen daarbij horen en hoe de medewerker ondersteuning krijgt. Als de bestemming verandert, moet het leerplan mogelijk mee veranderen.